VKO MUZIEKPEDAGOGIEK

Voor verdere informatie: Adri de Vugt
telefoon: 070-3151450

Inhoud van onderstaande tekst:
Algemeen
Profielen
Stage
Onderzoek en eindpresentatie
Verplichte vakken
Organisatie
Toelating
Toetsing

ALGEMEEN

De 2-jarige voltijdse studie Muziekpedagogiek heeft tot doel getalenteerde studenten die hun eerste fase aan een conservatorium succesvol hebben afgerond een verbreding en verdieping aan te bieden met betrekking tot de praktijk en theorie van muziekeducatie. Met het verkregen diploma vergroot de afgestudeerde zijn kansen op de arbeidsmarkt doordat hij aan de ene kant meer gespecialiseerde kennis heeft verworven en aan de andere kant aanzienlijk breder is opgeleid dan de studenten die alleen hun eerste fase hebben afgerond. De studie is gericht op studenten die een bacheloropleiding Muziek of Docent Muziek hebben afgesloten.
Muziekeducatie is een dynamische, innovatieve en creatieve sector. De culturele achtergrond, de muziekinhoudelijke voorkeur en de houding ten opzichte van muziek van diegenen die muziek (willen) leren, verandert. De huidige samenleving omvat verschillende culturen, er is sprake van een toenemend gebruik van verschillende media, kunst heeft een enorme variëteit aan verschijningsvormen, etc. Het is duidelijk dat de (post)moderne samenleving vraagt om meer maatwerk en flexibiliteit binnen het (muziek)onderwijs en educatie. Overigens beperkt muziekeducatie zich niet alleen tot instellingen zoals muziekscholen of educatieve centra. 'Life long learning' en leren in het algemeen is niet iets dat zich per definitie afspeelt binnen de 4 muren van een leslokaal, waarin een docent leerlingen ontmoet en onderwijst. Je kunt ook op straat of in een theater, bioscoop of concertzaal kennis opdoen. Gespecialiseerde musici kunnen hierop inspelen middels educatieve performances. De sector muziekeducatie vraagt dus om creatieve,innovatieve en flexibele musici. De voortgezette opleiding muziekpedagogiek leidt studenten daartoe op Als afgestudeerd muziekpedagoog kan men aan de slag als docent met een meer dan gemiddelde expertise, als ontwerper van muziekpedagogisch materiaal, als organisator en/of uitvoerder van muziekeducatieve concerten, als projectleider of -medewerker. Ook functies in het midden- of hogere kader van kunstzinnige centra zijn denkbaar. De twee belangrijkste pijlers in de opleiding zijn de relatie met het werkveld en het doen van praktijkonderzoek. Daarnaast zijn er aantal verplichte vakken en keuzevakken die als noodzakelijke ondersteuning dienen om de twee hoofdcomponenten te realiseren. Het programma bestaat uit een uitvoerige stage, een onderzoek, een aantal verplichte vakken en een zogenaamde 'vrije ruimte' waarbij de student zelf de studie samenstelt ter ondersteuning van de genoemde pijlers.

PROFIELEN

Binnen de opleiding zijn de volgende profielen mogelijk:
  1. Het verder ontwikkelen van instrumentale/vocale vaardigheden voor pedagogische doeleinden. Het kan zijn dat de voorkeur van de student uitgaat naar het geven van schoolconcerten of andere pedagogisch georiënteerde recitals. De studie muziekpedagogiek kan daarop worden afgestemd. De student kan dan extra worden opgeleid in zijn instrumentale vaardigheden waarbij met name een verbreding en/of verdieping van het repertoire belangrijk is. Adviezen voor andere vakken in de vrije ruimte: extra lessen muziektheorie en/of muziekgeschiedenis; extra lessen ICT om een bredere opzet van de recitals (multi-mediale presentaties) mogelijk te maken; een cursus presentatie en schrijfvaardigheden waarbij het vermogen wordt ontwikkeld een programma op te zetten en te voorzien van een mondelinge/schriftelijke toelichting.
  2. Een verbreding van en verdieping in algemene en/of specifieke pedagogische vaardigheden. Dit is speciaal voor studenten die zich verder willen bekwamen in de onderwijspraktijk. Dat kan het geven van lessen zijn, maar ook bijvoorbeeld het ontwikkelen van lesmateriaal Mogelijke lessen in de vrije ruimte: cultuurgeschiedenis en cultuurtheorie; literatuurstudie op het gebied van de muziekfilosofie en/of de muzieksociologie; beleidsvakken; muziektheorie
  3. Een sterke nadruk op bestuurlijke taken, beleid en organisatie. Kennis van organisaties, management, e.d. is onontbeerlijk voor iedereen die bijvoorbeeld gaat werken in een kaderfunctie en/of eenieder die als potentieel cultureel ondernemer veel te maken krijgt met andere culturele organisaties en overheidsinstanties. De volgende extra vakken worden aangeraden: extra cursussen organisatiekunde en beleid, bijvoorbeeld onderdelen van de minor Kunst & Zaken; een cursus schrijfvaardigheden voor het leren schrijven (en lezen) van een subsidie-aanvraag, een projectbeschrijving of een adviesrapport; extra lessen op het gebied van computergebruik
  4. Een reflectieve benadering van de muziek(pedagogische) theorie en/of praktijk.
Dit profiel is bedoeld voor studenten die zich willen ontwikkelen op het gebied van kunst- of muziekbeleid, bij een culturele instelling verantwoorde muziekprogramma's willen opzetten, of een meer overkoepelende visie op muziek, muziekpedagogiek en de muziekpraktijk willen ontwikkelen. Het doen van onderzoek vormt een belangrijk onderdeel van dit profiel. In de vrije ruimte kunnen bijvoorbeeld extra vakken bij de opleidingen Pedagogiek of Psychologie aan de Universiteit Leiden worden gevolgd; er kan literatuurstudie op pedagogisch, psychologisch of methodologisch terrein worden gedaan, etc. Bij het begin van de opleiding krijgt de student een persoonlijke coach toegewezen. Deze coach is het eerste aanspreekpunt van de student daar waar het zijn studie betreft. Het is de taak van de coach de student te begeleiden bij het invullen van de vrije ruimte, het gehele studietraject van de student te bewaken, en waar mogelijk en noodzakelijk met de student dwarsverbanden aan te brengen tussen de diverse studie-onderdelen. Voor allerlei praktische en organisatorische problemen kan ook contact worden opgenomen met de algehele coördinator Muziekpedagogiek 2e fase.

DE STAGE

Een belangrijk onderdeel van de opleiding Muziekpedagogiek is het opdoen van praktijkervaring. In het eerste jaar zijn de stage-activiteiten vooral oriënterend van karakter of worden deze activiteiten gedeeltelijk bepaald door de onderwijspraktijk die de student heeft. In het tweede jaar wordt zeer veel tijd ingeruimd voor een langdurige en intensieve stage. In zorgvuldig overleg met bijvoorbeeld een muziekschool of kunstzinnig centrum zal een stageplan worden opgesteld en uitgevoerd.

ONDERZOEK EN EINDPRESENTATIE

Onderzoek neemt een belangrijke plaats in binnen de opleiding. In de huidige beroepspraktijk is het van belang dat professionals niet alleen methodisch kunnen werken volgens protocollen en standaarden, maar zelf ook nadenken en hun eigen werkwijze voortdurend verbeteren. Deze reflectieve en onderzoekende houding wordt door onderzoek gestimuleerd. Toch heeft het doen van onderzoek binnen een HBO-opleiding een geheel ander karakter dan het strikte wetenschappelijke onderzoek zoals dat aan universiteiten wordt gedaan. Het onderzoek binnen het HBO komt voort uit en is gericht op de beroepspraktijk.
Onderzoek kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de rol van media in het muziekonderwijs, op vormen van overdracht (bv. groepsonderwijs) of op de vraag wat de rol, positie en functie van educatieve performances is binnen het gehele culturele aanbod.
Vooruitlopend op de eindpresentatie wordt de student aan het einde van het eerste trimester van het tweede jaar gevraagd een gedetailleerd plan in te dienen omtrent de eindpresentatie en het bijbehorende schriftelijke materiaal. Gedurende het tweede jaar gebeurt dat nog twee keer (resp. aan het einde van het eerste en het tweede trimester). Dit plan moet in toenemende mate een concrete en uitgewerkte probleemstelling bevatten alsmede de methodologische weg waarlangs deze probleemstelling zal worden onderzocht. Het plan wordt beoordeeld en van verdere adviezen voorzien door de persoonlijke coach, de docent methoden van onderzoek en eventueel een derde persoon (afhankelijk van het onderwerp).

De openbare eindpresentatie, die doorgaans in juni plaatsvindt, duurt ongeveer 45 minuten. Gedurende 25 minuten wordt de student in staat gesteld zijn studieproject te presenteren, waarna hij ondervraagd zal worden door de commissie die bestaat uit het verantwoordelijke afdelingshoofd, de docenten muziekpedagogiek en methoden van onderzoek, een interne bij het onderwerp betrokken docent en een extern deskundige.

De student is vrij in de keuze van het thema van zijn studieproject, mits rekening wordt gehouden met de volgende criteria: De eindpresentatie kent een centrale vraagstelling die relevant moet zijn voor actuele ontwikkelingen binnen de muziekpedagogiek cq. de beroepspraktijk. Op basis van praktische ervaringen en/of praktijkonderzoek gekoppeld aan het bestuderen van relevante literatuur wordt een origineel antwoord geformuleerd op deze vraagstelling dat getuigt van professionele kennis, inzicht en vaardigheden in het domein van de muziekpedagogiek. De student moet blijk geven vaardigheden te hebben verworven om een probleemstelling te ontwikkelen en te onderzoeken en de resultaten ervan aan vakgenoten te presenteren. Het is de bedoeling dat de student in een (multimediale) presentatie de diverse onderdelen van zijn studie in een samenhangend verband weet te plaatsen, waarbij de nadruk ligt op het door hem zelf uitgezette leertraject. De presentatie dient vergezeld te gaan van (schriftelijk) materiaal in de vorm van een paper, werkstuk of een andere vorm zoals cd-rom, video, methodisch materiaal, etc.

Criteria waarop de presentatie en het materiaal worden beoordeeld: Naast de presentatie en het materiaal 'an sich' wordt ook beoordeeld hoe de kandidaat omgaat met kritische vragen van de commissie.
NB. De citeria hebben dus uitsluitend betrekking op de presentatie en het materiaal. De kwaliteit van de voortgang van de studie in haar totaliteit is terug te zien in het overzicht van afgeronde vakken.

VERPLICHTE VAKKEN

Hieronder volgt een verdere uitwerking van de vakken in het verplichte onderdeel. Deze vakken zullen vooral in het eerste jaar worden aangeboden. In het tweede jaar is er een uitloop mogelijk, maar ligt de nadruk op de stage, het doen van onderzoek en het afstuderen.

Muziekpedagogiek
Muziekpedagogiek omvat tal van aspecten die te maken hebben met het leren, doceren en presenteren van muziek in verschillende educatieve contexten. Dit vak probeert vanuit een (sociaal)pedagogische, culturele en psychologische invalshoek 'muziekpedagogische aspecten te beschouwen die uitstijgen boven het specifieke (bv. van het instrument of de stem) en handvaten te bieden voor de praktijk van muziekeducatie. Muziekpedagogen dienen zich bijvoorbeeld bewust te zijn van de concepten die schuilgaan achter de praktijk van muziekeducatie en deze bewustwording in te zetten in hun dagelijks handelen. Zo is het bijvoorbeeld niet alleen van belang zich te realiseren hoe muziekeducatie zich verhoudt tot de wijze waarop muziek in de huidige samenleving vorm krijgt (mede op grond van sociale, economische, politieke en culturele factoren), maar ook welke consequenties dat heeft voor de inrichting van muziekeducatie.
Muziekpedagogen dienen ook rekening te houden met de psychologische aspecten van leren en ontwikkeling. Tijdens de bijeenkomsten wordt dieper ingegaan op vraagstukken rondom muzikale ontwikkeling en muzikale leerprocessen. Daarbij komen vragen aan de orde als 'hoe ontwikkelen mensen zich muzikaal?' en 'hoe leert en studeert men bij muziek?'

Muziek-filosofie en sociologie
Middels een kritisch en nauwkeurig bestuderen van enkele thematisch gestructureerde teksten uit de (muziek)filosofie en sociologie, wordt de student geconfronteerd met een theoretisch perspectief op de muziek(praktijk) alsmede zijn functioneren als musicus/pedagoog. De bedoeling is dat de student inzicht krijgt in de politiek-sociale, esthetische en ethische rol van muziek(onderwijs) in de hedendaagse, multiculturele samenleving. Daarbij moet duidelijk worden hoe het kunst(vak)onderwijs bijdraagt aan de inhoud en vorm van het algemene culturele leven en de beleving daarvan, alsmede hoe dat onderwijs zelf gevormd wordt door achterliggende esthetische, politieke, economische, sociale en ideologische keuzes.

Methoden van onderzoek
Een van de kenmerken van een afgestudeerde muziekpedagoog is een kritische en onderzoekende houding. Muziekpedagogen moeten in staat zijn redelijk zelfstandig projecten te initieren en bij te dragen aan de theorie- en praktijkvorming van muziekeducatie. Het vak 'methoden van onderzoek' draagt bij aan het leren formuleren van vragen, het kiezen van de juiste onderzoeksinstrumenten, en het uitvoeren en presenteren van onderzoeksprojecten. Met de ontwikkelde vaardigheden wordt de student in staat gesteld om in het tweede jaar van de opleiding een afstudeerproject te doen.

Het instrumentale/vocale hoofdvak
Het artistieke en muzikale niveau van een muziekpedagoog dient hoog te zijn. Tijdens het toelatingsexamen, dat voor KC-studenten ook het eindexamen van de bachelor kan zijn, worden dan ook hieraan nadrukkelijke eisen gesteld. Omdat het van belang is dit niveau in stand te houden en verder te ontwikkelen, krijgt de student een instrumentale/vocale les. Omdat er in binnen muziekeducatie eisen worden gesteld aan docenten en musici waarvoor ze niet zonder meer geëquipeerd zijn wordt ook verwacht dat de student zich breed oriënteert, dat wil zeggen, kennis neemt van zeer verschillende stijlen en genres. Daarnaast leert hij zijn eigen spel en het gekozen repertoire met een visie op muziek toelichten en de keuzes erin onderbouwen.

Improvisatie/CMM
Centraal bij deze cursus staat het creatief musiceren en het leren creëren van didactische kaders waarbinnen een creatieve ontwikkeling (improvisatie) mogelijk is. Er wordt gewerkt aan het improviseren binnen verschillende stijlen waarbij de koppeling met de muziektheorie belangrijk is. Tevens worden werkvormen behandeld om improvisatie toe te kunnen passen binnen de eigen didactische praktijk.

Didactisch en methodisch ontwerpen
Deze cursus is toegesneden op de specifieke behoeften van de student. De student leert materiaal te ontwikkelen binnen het gebied waar hij zich mee bezig houdt (instrumentale/vocale privé-lessen of groepslessen, CKV-lessen op middelbare scholen, projectonderwijs, etc.). Ten eerste komt het methodisch ordenen van leerstof aan de orde. Daarnaast gaat het bij het ontwikkelen van materiaal om het kunnen hanteren van een grote didactische variëteit, ofwel, het leren toepassen van zoveel mogelijk verschillende werkvormen.

Digitale leeromgevingen en ICT
De invloed en gebruik van computers in het muziekonderwijs neemt steeds meer toe. Dit geldt niet alleen op het niveau van het toepassen van bv. software, maar ook met betrekking tot het gebruik van de computer als geavanceerd leermiddel. In deze cursus leert de student naast het werken met diverse muziek(notatie)-programma's en het gebruik van Internet de computer in te zetten in de muziekeducatieve situaties.Tevens wordt kritisch gereflecteerd over de voor- en nadelen van het computergebruik binnen een (muziek)pedagogische context.

ORGANISATIE

De opleiding kent een trimester-systeem. Elk jaar is opgedeeld in 3 gelijke delen die bestaan uit 10 effectieve lesweken en 2 onderwijsvrije weken waarin de student zijn afsluitende presentaties of papers kan voorbereiden.
De opleiding bestaat uit 2 onderdelen. Het eerste onderdeel omvat een aantal verplichte vakken, onderverdeeld in de categorieën 'algemeen vormend' en 'praktisch'. De studiebelasting voor dit verplichte onderdeel bedraagt circa 20 uren per week. De verplichte lessen binnen dit onderdeel vinden zoveel mogelijk plaats op 1 à 2 vaste dagen per week.
Daarnaast is er 20 uren per week gereserveerd voor de zogenaamde vrije ruimte. Hier stelt de student, in samenspraak met zijn persoonlijke coach, een coherent vakkenpakket samen dat aansluit bij zijn persoonlijke voorkeuren en gewenste afstudeerrichting.

TOELATING

Tijdens een 30 minuten durend toelatingsexamen worden:
  1. de instrumentale/vocale vaardigheden,
  2. de pedagogische en methodisch-didactische kennis, en
  3. een algemeen cultureel-reflectief niveau getest.
Voor onderdeel (a) presenteert de kandidaat een zo breed mogelijk repertoire waaruit door de commissie tijdens het toelatingsexamen een selectie wordt gemaakt. Deze test van de instrumentale/vocale vaardigheden zal ongeveer 15-20 minuten in beslag nemen. Voor studenten die hun bacheloropleiding aan het KC hebben afgerond, kan hun eindexamen gelden als toets voor de instrumentale/vocale vaardigheden. Hierbij geldt de norm van tenminste het cijfer 7,5). Ter voorbereiding van de onderdelen (b) en (c) ontvangt de kandidaat bij inschrijving een lijst met enkele vragen die betrekking hebben op pedagogische en/of cultureel-maatschappelijke onderwerpen. De kandidaat kiest één van deze vragen en schrijft daarover een kort paper (500-600 woorden). Dit artikel vormt de aanleiding voor een gesprek van 10-15 minuten tijdens het toelatingsexamen.

Ad (a): Gelet wordt op de technische en muzikale kwaliteiten van de kandidaat alsmede de breedte van het repertoire (het strekt tot aanbeveling dat de kandidaat zowel klassiek als jazz of pop-repertoire kan spelen/zingen).
Ad (b): Getest wordt in hoeverre de kandidaat in staat is een persoonlijke muziekpedagogische en didactische visie te verwoorden en deze te relateren aan zijn praktisch handelen als muziekpedagoog.
Ad (c): De kandidaat heeft een aantoonbaar inzicht in actuele culturele en maatschappelijke ontwikkelingen en hij kan deze relateren aan zijn eigen muziek(pedagogische) praktijk.

TOETSING

Toetsing vindt plaats langs drie wegen. Ten eerste zijn er de tussentijdse toetsen. Aan het einde van elk trimester worden de verplichte vakken getoetst, hetzij via een schriftelijk werkstuk, hetzij via een mondelinge presentatie of een klein concert inclusief schriftelijke of verbale toelichting vanuit een pedagogisch perspectief. Volgt een student, na daarvoor verkregen toestemming, vakken aan een ander instituut dan gelden de toetsingsregels van dat instituut.
Ten tweede legt de student een portfolio aan met daarin onder andere papers of ander materiaal die (onder andere) een beoordeling van de ontplooide activiteiten binnen de vrije ruimte mogelijk maken.
Ten derde volgt aan het einde van het tweede jaar de slot- of eindpresentatie die ongeveer 45 minuten in beslag neemt.
De student kan pas eindexamen kan doen als alle verplichte vakken voldoende zijn beoordeeld.